
In het tweede jaar ga je een richting kiezen die je voorbereidt op het vervolgonderwijs binnen het MBO.
Zorg en Welzijn iets voor jou?
Vind je het leuk om met mensen van alle leeftijden om te gaan, kun je jezelf inleven in anderen en hun omstandigheden, kun je omgaan met huishoudelijke werkzaamheden en wil je je zelfstandigheid (verder) ontwikkelen? Dan is Zorg en Welzijn-Breed jouw richting!
Naast de verplichte vakken Nederlands, Engels, biologie, wiskunde, maatschappijleer, gym en CKV, zul je de meeste tijd zelfstandig werken op het Zorg- en welzijnplein.

Werkpleksimulatie
Op het Zorg- en Welzijnplein wordt er gewerkt volgens de werkpleksimulatie (WPS) waarbij de praktijk wordt nagebootst.
Er zijn zes verschillende werkplekken op het Zorg- en Welzijnplein, waarbinnen je in het derde en het vierde leerjaar aan de slag gaat:
1. Werkplekassistent: Werken in een school en werken in een sportcentrum.
2. Dienstverlening: Werken in de horeca en werken in de facilitaire dienst.
3. Uiterlijke verzorging: Werken in een kapsalon en werken in een schoonheidssalon.
4. Welzijnswerk: Werken in een kinderdagverblijf, werken in een buurthuis
en werken in een activiteitencentrum.
5. Hulpverlenende zorg: Werken met mensen met een lichamelijke beperking en werken met
mensen met een verstandelijke beperking.
6. Huishoudelijke zorg: Werken in gezinnen en werken met ouderen.
In kleine, steeds wisselende groepjes werk je op elke werkplek. Je draagt een polo in de kleur van de werkplek. Werkplek-leren laat je zelf ontdekken over welke vaardigheden je al beschikt en welke je nog moet ontwikkelen. Soms ga je opdrachten buiten school doen, zoals wandelen met bewoners van een verpleeghuis. Verder doe je in het 3e en in het 4e leerjaar een snuffelstage, waardoor je kunt binnenkijken bij instellingen en bedrijven.

Pit-methode
Binnen het Zorg- en Welzijnplein wordt er volgens de Pit-methode gewerkt. Pit staat voor praktijk met integratie van theorie. Praktijkopdrachten, zoals het bereiden van een eenvoudige maaltijd of het schoonmaken van een koelkast, worden afgewisseld met het aanleren van theoretische kennis. Elke werkplek heeft zijn eigen werkboek. Door moeilijke woorden op te zoeken in de computer en op te schrijven, leer je de betekenis van termen en woorden die binnen Zorg en Welzijn belangrijk zijn. Je leert plannen doordat je elke week met je groepje samen een planning maakt voor een week. In de planning is precies te zien welke opdrachten je als groepje op welke dag maakt. Door de docent wordt je beoordeeld op je werkhouding en je inzet tijdens het maken en doen van de opdrachten. Elke werkplekperiode wordt afgesloten met een praktijktoets en een schriftelijke toets.

Wat kun je gaan doen met Zorg en Welzijn – Breed?
Doordat de opleiding Zorg en Welzijn- Breed veelzijdig is, kun je nog alle kanten op om je na deze school te specialiseren. Veel beroepen staan voor je open: verzorgende, helpende, thuiszorgmedewerker, kraamverzorgende, activiteitenbegeleider, pedagogisch medewerker of leid(st)er kindercentra, assistent jongerenwerker, sociaal dienstverlener, klassenassistent, voedingsassistent, instellingskok, cateringmedewerker, medewerker in de facilitaire dienstverlening, schoonheidsspecialiste en kapster.