Algemeen
• Leerlingen kunnen in een ononderbroken leerlijn in vier jaar hun diploma behalen.
• Gedurende het schooljaar wordt de voortgang, inzet en keuze van de leerling tijdens
de rapportvergaderingen (december, maart en juni) en tijdens tussentijdse kernteamvergaderingen
bekeken. De mentor bewaakt de vorderingen van de leerling en zorgt er voor
dat u vroegtijdig geïnformeerd wordt, zodat men aan het einde van het schooljaar niet voor
verrassingen komt te staan. Aan het einde van leerjaar 4 kan de schoolcarrière worden
afgesloten met een diploma of met deelcertificaten.
• Wanneer de leerling een cijfer mist door ziekte of afwezigheid om andere redenen, moet binnen 10 dagen door de leerling zelf een afspraak gemaakt worden bij de betreffende docent om de toets in te halen (binnen 4 weken na het maken van de afspraak). Zolang het werk niet ingehaald is, staat er een 1,0 genoteerd in magister.
• Er is een maximale verblijfsduur van vijf jaar. Soms is het beter om een leerling te plaatsen
in een andere leerweg, de leerling op pedagogisch/didactische gronden het leerjaar over te
laten doen of de leerweg af te sluiten met deelcertificaten.
• Als een leerling voor de tweede keer een leerjaar moet overdoen dan geeft de school een
dwingend advies m.b.t. de verdere vervolgopleidingen.
• Voor de drie verschillende periodes kunnen cijfers in tienden gegeven worden.
• De berekening van het eindcijfer geschiedt als volgt: (periode 1 2 3) : 3.
Het eindcijfer is steeds een heel getal. Voor klas 3 wordt het eindcijfer in verband met de
afspraken in de PTA’s niet afgerond.
• De afronding van cijfers is steeds als volgt: 0,49 of minder wordt naar beneden afgerond en
0,50 of hoger naar boven.
• Op de rapporten wordt in principe geen cijfer lager dan een vier gegeven.
• Voor de bovenbouw staat de berekening van het eindcijfer in de (verplichte) Programma’s
van Toetsing en Afsluiting (PTA).
• De eindcijfers van het derde leerjaar worden meegenomen naar het vierde leerjaar (zonder
afronding)
Overgangsnormen onderbouw 2010-2011
Elke leerling is uniek maar toch zijn er eisen waaraan we ons moeten houden. We proberen de
leerling zo goed mogelijk te begeleiden in zijn leerproces om zo een diploma te behalen die bij
de leerling past. Afspraken over proefwerken, de telling van de behaalde cijfers en mogelijkheden voor herkansing staan vermeld in de PTO’s (Programma van Toetsing en Overgang) van de onderscheiden vakken.
Voor de overgang van de leerjaren kijken we naar het eindcijfer. Hierbij rekenen een 5 als 1 getelde
onvoldoende; een 4 en lager zijn 2 getelde onvoldoendes waard.
Leerjaar 1 naar leerjaar 2
basisberoepsgerichte leerweg
De leerling heeft minimaal 42 punten en niet meer dan 2 getelde onvoldoendes in de 7 leervakken
(Ned., Eng., Wisk., Aardr., Gesch., Bio., NaSk )en in de 8 doevakken (de andere vakken) heeft
de leerling minimaal 48 punten en maximaal 2 getelde onvoldoendes.
kader en gemengd theoretische leerweg
De leerling heeft minimaal 54 punten en niet meer dan 3 getelde onvoldoendes in de 9 leervakken
(zie hier boven, plus: Frans en Duits) en in de 8 doevakken heeft de leerling minimaal
48 punten staan en maximaal 2 getelde onvoldoendes.
Leerjaar 2 naar leerjaar 3
basisberoepsgerichte leerweg
De leerling heeft minimaal 48 punten en niet meer dan 2 getelde onvoldoendes in de 8 leervakken
(zie boven, plus Economie) en in de toekomstige eindexamen vakken mag de leerling maar 2
getelde onvoldoendes hebben staan. In de 5 doevakken heeft de leerling minimaal 30 punten en
maximaal 2 getelde onvoldoendes staan.
Kaderklassen en gemengd theoretische leerweg
De leerling heeft minimaal 60 punten en niet meer dan 3 getelde onvoldoendes in de 10 leervakken
(zie boven, plus Economie) en in de 5 doevakken heeft de leerling minimaal 30 punten en
maximaal 2 getelde onvoldoendes staan. In de gekozen eindexamenvakken mag de leerling maar
2 getelde onvoldoendes hebben staan.
Bespreekgevallen
Leerlingen die niet voldoen aan de gestelde criteria worden besproken in de rapportvergadering.
De docenten bepalen daar of de leerling alsnog overgaat met een aantal vastgestelde eisen, het
jaar overdoet, eventueel een andere sector of leerweg gaat doen. De mentor overlegt dit met de
ouders van de leerling.
Overstappen naar een hogere leerweg
Leerlingen worden zoveel mogelijk geholpen zich verder te ontwikkelen. Mocht er sprake zijn van
een eventuele overstap naar een andere leerweg dan brengt de mentor dit bij het tweede rapport ter
sprake.
De criteria hierbij zijn:
• positief advies van de school
• positief advies basisschool
• voldoende capaciteit gemeten met een NIO of WISC
• gemiddeld een 7,5 voor alle vakken op het eindrapport
De uiteindelijke beslissing hierover ligt bij de stafvergadering in overleg met het docententeam.
Algemeen
• Leerlingen kunnen in een ononderbroken leerlijn in vier jaar hun diploma behalen.
• Gedurende het schooljaar wordt de voortgang, inzet en keuze van de leerling tijdens
de rapportvergaderingen (december, maart en juni) en tijdens tussentijdse kernteamvergaderingen
bekeken. De mentor bewaakt de vorderingen van de leerling en zorgt er voor
dat u vroegtijdig geïnformeerd wordt, zodat men aan het einde van het schooljaar niet voor
verrassingen komt te staan. Aan het einde van leerjaar 4 kan de schoolcarrière worden
afgesloten met een diploma of met deelcertificaten.
• Wanneer de leerling een cijfer mist door ziekte of afwezigheid om andere redenen, moet binnen 10 dagen door de leerling zelf een afspraak gemaakt worden bij de betreffende docent om de toets in te halen (binnen 4 weken na het maken van de afspraak). Zolang het werk niet ingehaald is, staat er een 1,0 genoteerd in magister.
• Er is een maximale verblijfsduur van vijf jaar. Soms is het beter om een leerling te plaatsen
in een andere leerweg, de leerling op pedagogisch/didactische gronden het leerjaar over te
laten doen of de leerweg af te sluiten met deelcertificaten.
• Als een leerling voor de tweede keer een leerjaar moet overdoen dan geeft de school een
dwingend advies m.b.t. de verdere vervolgopleidingen.
• Voor de drie verschillende periodes kunnen cijfers in tienden gegeven worden.
• De berekening van het eindcijfer geschiedt als volgt: (periode 1 2 3) : 3.
Het eindcijfer is steeds een heel getal. Voor klas 3 wordt het eindcijfer in verband met de
afspraken in de PTA’s niet afgerond.
• De afronding van cijfers is steeds als volgt: 0,49 of minder wordt naar beneden afgerond en
0,50 of hoger naar boven.
• Op de rapporten wordt in principe geen cijfer lager dan een vier gegeven.
• Voor de bovenbouw staat de berekening van het eindcijfer in de (verplichte) Programma’s
van Toetsing en Afsluiting (PTA).
• De eindcijfers van het derde leerjaar worden meegenomen naar het vierde leerjaar (zonder
afronding)
Overgangsnormen onderbouw 2010-2011
Elke leerling is uniek maar toch zijn er eisen waaraan we ons moeten houden. We proberen de
leerling zo goed mogelijk te begeleiden in zijn leerproces om zo een diploma te behalen die bij
de leerling past. Afspraken over proefwerken, de telling van de behaalde cijfers en mogelijkheden voor herkansing staan vermeld in de PTO’s (Programma van Toetsing en Overgang) van de onderscheiden vakken.
Voor de overgang van de leerjaren kijken we naar het eindcijfer. Hierbij rekenen een 5 als 1 getelde
onvoldoende; een 4 en lager zijn 2 getelde onvoldoendes waard.
Leerjaar 1 naar leerjaar 2
basisberoepsgerichte leerweg
De leerling heeft minimaal 42 punten en niet meer dan 2 getelde onvoldoendes in de 7 leervakken
(Ned., Eng., Wisk., Aardr., Gesch., Bio., NaSk )en in de 8 doevakken (de andere vakken) heeft
de leerling minimaal 48 punten en maximaal 2 getelde onvoldoendes.
kader en gemengd theoretische leerweg
De leerling heeft minimaal 54 punten en niet meer dan 3 getelde onvoldoendes in de 9 leervakken
(zie hier boven, plus: Frans en Duits) en in de 8 doevakken heeft de leerling minimaal
48 punten staan en maximaal 2 getelde onvoldoendes.
Leerjaar 2 naar leerjaar 3
basisberoepsgerichte leerweg
De leerling heeft minimaal 48 punten en niet meer dan 2 getelde onvoldoendes in de 8 leervakken
(zie boven, plus Economie) en in de toekomstige eindexamen vakken mag de leerling maar 2
getelde onvoldoendes hebben staan. In de 5 doevakken heeft de leerling minimaal 30 punten en
maximaal 2 getelde onvoldoendes staan.
Kaderklassen en gemengd theoretische leerweg
De leerling heeft minimaal 60 punten en niet meer dan 3 getelde onvoldoendes in de 10 leervakken
(zie boven, plus Economie) en in de 5 doevakken heeft de leerling minimaal 30 punten en
maximaal 2 getelde onvoldoendes staan. In de gekozen eindexamenvakken mag de leerling maar
2 getelde onvoldoendes hebben staan.
Bespreekgevallen
Leerlingen die niet voldoen aan de gestelde criteria worden besproken in de rapportvergadering.
De docenten bepalen daar of de leerling alsnog overgaat met een aantal vastgestelde eisen, het
jaar overdoet, eventueel een andere sector of leerweg gaat doen. De mentor overlegt dit met de
ouders van de leerling.
Overstappen naar een hogere leerweg
Leerlingen worden zoveel mogelijk geholpen zich verder te ontwikkelen. Mocht er sprake zijn van
een eventuele overstap naar een andere leerweg dan brengt de mentor dit bij het tweede rapport ter
sprake.
De criteria hierbij zijn:
• positief advies van de school
• positief advies basisschool
• voldoende capaciteit gemeten met een NIO of WISC
• gemiddeld een 7,5 voor alle vakken op het eindrapport
De uiteindelijke beslissing hierover ligt bij de stafvergadering in overleg met het docententeam.